Om precies half negen ’s ochtends rinkelt haar telefoon op 22 maart 2016. Ann Fransen is dan nog thuis, ergens in Vlaams-Brabant. Er was iets ernstigs gebeurd op Brussels Airport, klonk het aan de andere kant van de lijn. Het toenmalige hoofd van de sectie terrorisme van het federaal parket rijdt naar Zaventem, waar kort daarvoor twee explosies hebben plaatsgevonden. Wat volgt is het begin van een onderzoek dat jaren zal duren en uitgroeit tot een van de zwaarste en meest impactvolle dossiers uit de Belgische justitiegeschiedenis. Tien jaar later is Fransen federaal procureur. In een uitgebreid gesprek blikt ze terug op die eerste uren van het onderzoek, de chaos, de zoektocht naar ‘de man met het hoedje’ en de blijvende littekens van de terreuraanslagen.